Achtergrond houdbare gemeentefinanciën

Een sluitende meerjarenbegroting vormt de basis voor houdbare gemeentefinanciën. Houdbare gemeentefinanciën vergen echter meer dan dat er tegenover alle lasten op de begroting ook voldoende baten staan. Vereist is dat de gemeente bij financiële tegenslag voldoende mogelijkheden heeft om de klappen te kunnen opvangen.
De houdbaarheid van de gemeentefinanciën heeft twee aspecten:
1. Voldoende weerbaarheid. Het gaat hierbij om de mogelijkheden om op korte termijn financiële klappen te kunnen incasseren zonder direct in de begroting en daarmee de beleidsambities te hoeven ingrijpen.
2. Voldoende flexibiliteit van de begroting. Het gaat hierbij om de snelheid waarmee de gemeente de lasten kan verlagen en de baten kan verhogen om financiële klappen te kunnen opvangen. De flexibiliteit van de begroting, ook wel ‘wendbaarheid’ genoemd, wordt beperkt door verplichtingen die voor meer jaren zijn of worden aangegaan. Het gaat dan om bijvoorbeeld verplichtingen als gevolg van gemeentelijke schulden (rente en aflossing van opgenomen geldleningen), kapitaallasten van investeringen, apparaatslasten en beheer- en onderhoudslasten.

De financiële kengetallen illustreren de mate van weerbaarheid en flexibiliteit. In onderstaande tabel staat een overzicht van de financiële kengetallen die de gemeente Rotterdam hanteert.

Kengetallen houdbare Rotterdamse gemeentefinanciën

Weerbaarheid

Flexibiliteit: Saldo begroting

1a.

Weerstandsvermogen* en risicobeheersing

2a.

Saldo van baten en lasten

1b.

Weerstandsratio

2b.

Structurele exploitatieruimte (BBV)

1c.

Solvabiliteitsratio (BBV)

2c.

Belastingcapaciteit (BBV)

Flexibiliteit: Schuld

2d.

Netto schuldquote (BBV)

2e.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (BBV)

2f.

Kasgeldlimiet

2g.

Renterisiconorm

Flexibiliteit: Investeringen

2h.

EMU-saldo

2i.

Kapitaallastenratio

2j.

Kengetal grondexploitaties (BBV)

“De in deze jaarstukken gehanteerde definitie van het begrip ‘weerstandsvermogen’ is in lijn met de definitie die is gehanteerd in het Coalitieakkoord 2014-2018. Onder het weerstandsvermogen moet hier dan ook worden verstaan: de optelsom van de algemene reserve, de financieringsreserve en de kredietrisicoreserve. Hiermee wordt afgeweken van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, waarin het weerstandsvermogen is gedefinieerd als de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Deze relatie wordt in de jaarstukken aangeduid met het begrip ‘weerstandsratio’.”

De uitkomst van één individueel kengetal zegt niet zo veel over de financiële positie van de gemeente Rotterdam. Daarom is het raadzaam de kengetallen in samenhang te bezien. Op grond van het totale beeld is het mogelijk uitspraken te doen over de financiële positie van Rotterdam.
Eind 2016 is de gemeente Rotterdam voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en onvoorziene tegenvallers op te vangen. Zowel het weerstandsvermogen als de weerstandsratio zijn ruim boven de norm die dit college zichzelf heeft gesteld. De solvabiliteitsratio ligt boven de signaleringswaarde van de Provincie Zuid-Holland. Voor een nadere toelichting: zie Pijler weerbaarheid.
Daarnaast is de gemeente Rotterdam eind 2016 voldoende flexibel. Er is een positief saldo van baten en lasten gerealiseerd. Er is structurele exploitatieruimte. Het kengetal belastingcapaciteit is in lijn met het landelijke gemiddelde. De netto schuldquote ligt ver beneden de signaalwaarde van de Provincie Zuid-Holland. Dit geldt in nog sterkere mate indien de netto schuld wordt gecorrigeerd voor verstrekte leningen. Er is voldaan aan zowel de kasgeldlimiet als de renterisiconorm. Het EMU-saldo laat een positief beeld zien. De kapitaallastenratio is gedaald. En de waarde van het kengetal grondexploitaties is fors lager dan de signaleringswaarde van de Provincie Zuid-Holland. Voor een nadere toelichting: zie Pijler flexibiliteit.
Al met al is de financiële positie eind 2016 solide te noemen.