Pijler weerbaarheid

De centrale vraag in de pijler weerbaarheid is of er voldoende buffers zijn om de geïnventariseerde risico's en andere onvoorziene tegenvallers op te vangen. Een exact sluitende begroting zonder financiële buffers betekent dat elke financiële tegenvaller dwingt tot direct ingrijpen in de begroting en in het gemeentelijke beleid. De begroting moet immers sluiten. Als indicatoren voor de weerbaarheid gelden het weerstandsvermogen en de weerstandsratio. In deze pijler is daarnaast de solvabiliteitsratio relevant; deze geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen is het totaal van de algemene reserve, de financieringsreserve en de kredietrisicoreserve. In het coalitieakkoord is afgesproken dat het weerstandsvermogen aan het einde van de collegeperiode minimaal € 160 mln bedraagt.

Weerstandsvermogen, in mln euro's, jaar ultimo

Rekening
2014

Rekening
2015

Begroting
2016 *

Rekening
2016

Algemene reserve

110

136

148

148

Financieringsreserve

69

67

79

79

Kredietrisicoreserve

54

58

64

64

Weerstandsvermogen

233

260

290

290

* Betreft de stand bij Tweede Herziening 2016

Ten opzichte van de begroting is het weerstandsvermogen onveranderd. Er is nog geen rekening gehouden met eventuele toevoeging van een deel van het rekeningresultaat 2016 aan de algemene reserve.

Weerstandsratio

De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit álle reserves, tenzij er juridische verplichtingen zijn aangegaan, plus de stille reserves, de stelpost onvoorzien en de eventuele onbenutte belastingcapaciteit. Deze onbenutte belastingcapaciteit is overigens op nul geraamd. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, vindt een inventarisatie van de risico's plaats. Deze inventarisatie komt vervolgens in een risicocumulatiemodel. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de weerstandsratio aan het eind van de collegeperiode minimaal 1,4 bedraagt.

Weerstand, in mln euro's, jaar ultimo

Rekening
2014

Rekening
2015

Begroting
2016 *

Rekening
2016

Beschikbare weerstandscapaciteit

710

790

782

865

Benodigde weerstandscapaciteit

290

252

276

277

Weerstandsratio

2,5

3,1

2,8

3,1

** Betreft de stand bij Tweede Herziening 2016

Ten opzichte van de begroting is de weerstandsratio verbeterd. Dit wordt hoofdzakelijk verklaard met het feit dat het vrij aanwendbare deel van de bestemmingsreserves is toegenomen, omdat er minder geld aan deze reserves is onttrokken dan begroot.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De Provincie Zuid-Holland beschouwt een ratio van minder dan 20% als risicovol.

Solvabiliteit, in mln euro's, balansstanden per ultimo

Rekening
2014

Rekening
2015

Begroting
2016 *

Rekening
2016

Eigen vermogen

1.140

1.208

1.053

1.208

Balanstotaal

4.290

4.253

4.225

4.252

Solvabiliteitsratio

26,6%

28,4%

24,9%

28,4%

** Betreft de stand bij Tweede Herziening 2016

De solvabiliteitratio ultimo 2016 is beter dan voorzien en onveranderd ten opzichte van de stand ultimo 2015. De ratio ligt daarmee boven de signaalwaarde van de Provincie Zuid-Holland.