Financieel resultaat

Deze paragraaf biedt inzicht in de financiële positie en het financiële resultaat van de gemeente Rotterdam in 2016. Tevens worden de belangrijkste afwijkingen per programma ten opzichte van de begroting verklaard. Verder komen de ontwikkeling van de vermogenspositie en de financiële kengetallen van de gemeente aan bod.

Financieel resultaat per programma

Baten en lasten incl. reserveringen

Oorspronkelijke
begroting
2016

Bijgestelde begroting
2016

Realisatie
2016

Verschil

Programma: Algemene middelen

Baten

1.989.166

2.071.287

2.083.422

12.135

Lasten

146.301

194.099

191.570

-2.528

Saldo

1.842.865

1.877.188

1.891.852

14.664

Programma: Beheer van de stad

Baten

240.375

259.169

258.275

-893

Lasten

430.183

439.682

430.564

-9.119

Saldo

-189.808

-180.514

-172.288

8.225

Programma: Bestuur en dienstverlening

Baten

15.275

17.836

18.074

238

Lasten

142.708

149.059

146.503

-2.556

Saldo

-127.433

-131.223

-128.429

2.794

Programma: Cultuur, sport en recreatie

Baten

14.969

19.631

19.545

-86

Lasten

220.215

224.693

215.789

-8.904

Saldo

-205.246

-205.063

-196.244

8.818

Programma: Economische Zaken

Baten

4.305

8.752

9.813

1.061

Lasten

27.029

29.255

31.344

2.089

Saldo

-22.724

-20.503

-21.531

-1.028

Programma: Maatschappelijke Ondersteuning

Baten

14.253

30.962

28.344

-2.618

Lasten

180.884

206.198

194.523

-11.675

Saldo

-166.631

-175.236

-166.179

9.057

Programma: Onderwijs

Baten

58.380

62.010

58.039

-3.971

Lasten

188.531

195.186

188.481

-6.705

Saldo

-130.151

-133.176

-130.442

2.734

Programma: Openbare orde en veiligheid

Baten

19.497

7.104

8.797

1.694

Lasten

151.323

154.481

157.742

3.261

Saldo

-131.826

-147.377

-148.945

-1.567

Programma: Ruimtelijke ontwikkeling

Baten

326.625

293.614

281.935

-11.679

Lasten

322.164

325.242

287.696

-37.547

Saldo

4.461

-31.628

-5.761

25.867

Programma: Serviceorganisatie

Baten

3.845

7.458

8.383

925

Lasten

6.838

21.395

14.967

-6.429

Saldo

-2.993

-13.937

-6.584

7.353

Programma: Stedelijke inrichting

Baten

60.258

45.004

51.745

6.740

Lasten

114.149

105.199

99.110

-6.089

Saldo

-53.891

-60.195

-47.365

12.830

Programma: Verkeer en Vervoer

Baten

120.655

174.709

178.604

3.895

Lasten

140.042

163.968

166.715

2.746

Saldo

-19.387

10.740

11.889

1.149

Programma: Volksgezondheid en zorg

Baten

39.584

41.650

42.047

397

Lasten

595.331

592.910

601.329

8.419

Saldo

-555.747

-551.260

-559.283

-8.022

Programma: Werk en inkomen

Baten

585.212

579.576

582.426

2.850

Lasten

826.700

813.997

813.902

-95

Saldo

-241.488

-234.421

-231.476

2.945

Specificatie baten en lasten Concerntotalen

Totaal resultaat na reserveringen

Oorspronkelijke
begroting
2016

Bijgestelde begroting
2016

Realisatie
2016

Verschil

Baten

3.492.398

3.618.760

3.629.449

10.689

Lasten

3.492.398

3.615.365

3.540.235

-75.130

Toelichting belangrijkste afwijkingen per programma
Bestuur en dienstverlening (€ 2,8 mln)

Het verschil tussen de bijgestelde begroting en de realisatie is € 2,8 mln voordelig. Het resultaat wordt veroorzaakt door een plus op de producten Gebiedscommissies en Ondersteuning Bestuurlijke Besluitvorming én een min op het product Dienstverlening.
De plus op het product Gebiedscommissie is het gevolg van onvolledige besteding van het budget bewonersinitiatieven in nagenoeg elk gebied. In de gebiedsverslagen zal hiervoor per gebied een verklaring worden gegeven.
Bij Ondersteuning Bestuurlijke Besluitvorming is er een voordelig verschil gerealiseerd voornamelijk als gevolg van lagere programma-uitgaven aan initiatieven rond APV, WOB en G4-bijeenkomsten.
Op het product Dienstverlening zijn ICT-investeringen uit de jaren 2008-2010 vanwege vervanging versneld afgeschreven waardoor er op dit product een nadelig verschil is ontstaan. De verschillen op de andere producten in dit programma zijn gering en zullen in de jaarrekening verder worden toegelicht.

Openbare orde en veiligheid (- € 1,6 mln)

Op programma Openbare Orde en Veiligheid is € 1,6 mln meer uitgegeven dan begroot.
De opbrengsten zijn hoger dan begroot doordat een aantal externe detacheringen, bijdragen van woningcorporaties aan activiteiten rond woonoverlast hoger zijn uitgevallen. Daarnaast zijn er meer boetes en dwangsommen, vergoedingen voor ziekte en zwangerschap en subsidies van ministerie van Veiligheid & Justitie (V&J) ontvangen. De legesinkomsten voor horeca- en evenementenvergunningen zijn daarentegen achtergebleven bij de begroting en verwachting.
De lasten zijn hoger uitgevallen door diverse oorzaken, waaronder de belangrijkste:

  • Bijdragen aan (activiteiten via) andere programma’s (aanschaf vastgoed, huisvesting Stadsmariniers in wijken en inzet uren t.b.v. aanleg cameratoezicht);
  • Er zijn meer subsidies verstrekt dan begroot, vooral voor verbeteren hang- en sluitwerk woningen, waarvoor dekking beschikbaar was d.m.v. subsidie vanuit het ministerie van V&J;
  • De personele lasten zijn overschreden, voornamelijk veroorzaakt door de cao-verhoging en inhuur om langdurig zieken te vervangen;
  • De Brandweerkazerne op de tweede Maasvlakte kostte meer dan begroot. De kazerne is nog niet rendabel vanwege de achterblijvende bezetting van bedrijven op de tweede Maasvlakte.

Verkeer en vervoer (€ 1,2 mln)

Het verschil tussen de bijgestelde begroting en de realisatie is € 1,2 mln voordelig. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door lagere baten uit detacheringen bij de Verkeersonderneming (€ 460), hogere parkeerbaten (€ 300) en voordelige afrekeningen van infrastructurele projecten (ca € 1,2 mln). Daarnaast zijn er lagere lasten door een gunstige energieafrekening bij de verkeersregelinstallaties (€ 120) en een vertraagde subsidieverstrekking aan Veerpont Zuid (€ 125).

Economische zaken (- € 1,0 mln)

Binnen het programma zijn meer activiteiten ondernomen dan begroot, waaronder inzet op CleanTech, Food, Maritiem en Life Science & Health alsmede ten behoeve van de Roadmap Next Economy, Blending010, Foodtrucks en de World Expo 2025 waardoor de lasten hoger zijn uitgevallen dan begroot. Daarnaast zijn er meer subsidies verstrekt.

Onderwijs (€ 2,7 mln)

Het voordeel op het product Onderwijshuisvesting wordt vooral verklaard doordat begrote investeringen in schoolgebouwen nog niet zijn uitgevoerd en daardoor niet zijn opgenomen in de te betalen lasten. Daarnaast is een vrijval verwerkt met betrekking tot het huisvestingsprogramma van voorgaande jaren. De declaraties vanuit het scholenveld zijn lager dan wat beschikbaar is gesteld.
Het onderwijsbeleid kent de Rijksregeling Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). De regeling is in 2016 met een jaar verlengd. Dit geeft de mogelijkheid om de rijksbaten in te zetten tot en met 2017.
Het tekort op het product Onderwijsbeleid wordt binnen het programma gedekt door het positieve resultaat op het product Onderwijshuisvesting.

Cultuur, sport en recreatie (€ 8,8 mln)

Het verschil tussen bijgestelde begroting en realisatie is € 8,8 mln voordelig, € 3,2 mln op het product Cultuur en € 5,6 mln op het product Sport en Recreatie. De grootste onderschrijdingen zijn:

  • Minder subsidieaanvragen Sport, lagere subsidieverleningen, lagere vaststellingen voorgaande jaren en verscherpte interne controle regelgeving over kalenderjaren;
  • Lagere programmalasten onder andere door lagere energiekosten 2015;
  • Meer baten onder andere door volledige vrijval voorziening frictiekosten Cultuurplan 2013 - 2016.  
Volksgezondheid en zorg (- € 8 mln)

In 2016 is het gebruik van Wmo-arrangementen en specialistische jeugdhulp fors toegenomen. Het beroep op deze van het Rijk overgekomen budgetten neemt toe. Een belangrijke oorzaak is dat het bereik onder kwetsbare groepen is verbeterd door een goed gepositioneerde toegang tot de voorzieningen in Rotterdam en door de verdere uitrol van de integrale wijkteams. We zien met name dat de kosten voor de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in 2016 snel zijn gestegen. Deze ontwikkelingen verklaren grotendeels de overschrijding van € 8 mln op dit programma. Overigens is het tekort op Wmo en jeugdhulp groter. Dit kon echter deels worden gecompenseerd door lager dan geraamde PGB-lasten, incidentele onderbestedingen van programma's als Stevige Start en Elke Jongere Telt, en meevallers vanwege subsidie-terugvorderingen over 2015.

Werk en inkomen (€ 2,9 mln)

Over 2016 is een beter financieel resultaat gerealiseerd op het product Werk. Dit is veroorzaakt door hogere Europees Sociaal Fonds (ESF)-subsidies, een onderschrijding op de Sociale Werkvoorziening en een onderbesteding op de programmalasten Werk en Re-integratie.
Voor het product Inkomen is over 2016 met betrekking tot de BUIG zowel het volume als de prijs per bijstandsuitkering lager uitgevallen dan begroot, met name door de positievere ontwikkelingen in de laatste maanden. Dit leidt tot lagere uitkeringslasten en een daarmee samenhangende lagere onttrekking aan de reserve WWB. Hiertegenover staat een verhoging van de programmalasten als gevolg van een verhoging van de voorziening debiteuren door een rechtelijke uitspraak die heeft geleid tot een wijziging in het incassobeleid.

Maatschappelijke ondersteuning (€ 9,0 mln)

Op het programma Maatschappelijke Ondersteuning is het resultaat € 9 mln positief. De onderschrijding is te verklaren door Nieuw Rotterdams Welzijn, waaronder Right to Challenge. Daarnaast zijn er minder statushouders ingestroomd en waren de kosten voor Kwijtschelding Afvalstoffenheffing lager.

Beheer van de stad (€ 8,2 mln)

Het verschil tussen de bijgestelde begroting en de realisatie is € 8,2 mln voordelig. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn:

  • Voor niet te activeren communicatie- en bereikbaarheidskosten voor onderhoud aan de Maastunnel is vanaf 2016 tot en met 2020 jaarlijks een bedrag van € 8 mln begroot. Het uitgavenpatroon van de werkzaamheden loopt niet synchroon met de jaarlijkse begroting.
  • Vanwege een toename in huishoudens is er sprake van hogere opbrengsten Afvalstoffenheffing (ASH). Verder is er sprake van lagere afvalverwerkingslasten.
  • In 2016 heeft er een eenmalige afkoop van de beheer- en onderhoudskosten voor de Oranjebonnenpolder en Luchtsingel plaatsgevonden.
Stedelijke inrichting (€ 12,8 mln)

Het verschil tussen de bijgestelde begroting en de realisatie is € 12,8 mln voordelig. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door hogere baten uit leges Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) (€ 7,6 mln) en baten waar in de begroting geen rekening mee wordt gehouden, zoals bestuurlijke boetes (€ 1,9 mln).
Daarnaast was er sprake van een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren (€ 1,7 mln), lagere apparaatslasten (€ 950), minder uitgaven op de collegeprioriteiten Kansrijke wijken, Skaeve Huse en Funderingsproblematiek (€ 1,5 mln) en een eenmalige teruggave vanuit het Koepelschap (€ 620).

Ruimtelijke ontwikkeling (€ 25,9 mln)

Het verschil tussen de bijgestelde begroting en de realisatie is € 25,9 mln. Het positief resultaat op het programma komt door € 15 mln aan winstnemingen en een lagere voorziening voor verliesgevende plannen op het product Grondzaken. Dit is volgens de kwalitatieve prognose die in de 10-maandsbrief is gemeld. In de Voorjaarsnota 2016 is voorzien in aanvullende middelen (€ 8 mln) ter compensatie van lagere rentebaten (als gevolg van een lagere omslagrente die voor de grondexploitaties van kracht is). Gebleken is dat deze compensatie in 2016 niet nodig was. 
Door de aantrekkende markt zijn de uitgaven binnen het product Gebiedsontwikkeling toegenomen en zijn er meer baten gegenereerd door hogere opbrengsten verhuringen op het product Maatschappelijk Vastgoed. Daarnaast is er een onderbesteding op de onderhoudslasten.

Algemene middelen (€ 14,7 mln)

Op het programma Algemene Middelen is in 2016 een rekeningresultaat van € 1,892 mld gerealiseerd en een voordeel van € 14,7 mln t.o.v. de bijgestelde begroting.
Dit voordeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een voordeel op de producten Beheer Algemene Middelen ad € 5,9 mln, Deelnemingen € 3,1 mln en Verzekeringen € 4,3 mln.
Het voordeel op het beleidsproduct Beheer Algemene Middelen wordt grotendeels veroorzaakt door de effecten van de decembercirculaire Gemeentefonds. Het voordeel op het beleidsproduct Deelnemingen wordt hoofdzakelijk door extra dividenden veroorzaakt en het voordeel op het beleidsproduct Verzekeringen door een vrijval van het eigen risico. Daarnaast kennen de beleidsproducten Belastingen, Financiering, Lening- en garantieverstrekking en Van Werk Naar Werk elk een positief resultaat van in totaal € 1,3 mln.

Serviceorganisatie (€ 7,4 mln)

Het verschil op het programma Serviceorganisatie bedraagt € 7,4 mln positief, waarvan € 5,0 mln voor Rotterdamse Serviceorganisatie en € 2,4 mln voor Concernhuisvesting.
Bij de Rotterdamse Serviceorganisatie wordt de onderbesteding op personeel verklaard door een combinatie van niet ingevulde vacatures en een hogere uitstroom dan eerder werd aangenomen.
Op de concernbrede budgetten voor gebieds- en concerncommunicatie en op het automatiseren van processen in het kader van het MVP hebben minder bestedingen plaatsgevonden.
Daarnaast zijn er onderbestedingen op het gebied van risico-inventarisatie & evaluatie, verklaringen omtrent gedrag en management development.
In 2016 is er minder onttrokken aan de reserve Innovatie & Digitalisering als gevolg van lagere bestedingen op de ICT-projecten DWARRS en digitalisering. Deze projecten zijn onderdeel van een meerjarenprogramma, waardoor de kosten zullen overlopen naar 2017.
Het resultaat op het product Concernhuisvesting bedraagt 2,4 mln. De uitvoering van een aantal verhuisprojecten, waaronder Wijnhaven 110, Cloese 200, Hofdijk en Timmerhuis, valt niet samen met de planning. Hierdoor is het resultaat € 2,4 mln voordeliger uitgevallen dan begroot.