Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten

1. Om goed onderwijs te kunnen geven, is een goede leeromgeving nodig. Daarom werkt de gemeente Rotterdam, samen met de schoolbesturen, aan één van de grootste investeringsopgaven die de stad op dit moment kent: het renoveren of bouwen van scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. We hebben hierover afspraken gemaakt in het Integrale Huisvestingsplan 2015-2018. Meer informatie treft u bij het Product Onderwijshuisvesting.

2. Uitvoering geven aan de vijf thema’s binnen het Rotterdams onderwijsbeleid Leren Loont!:

  • Een vliegende start
  • Kwaliteit door schoolontwikkeling
  • De beste leraren
  • Vakmanschap
  • Aansluiting onderwijs en jeugdhulp.
Toelichting prioriteiten
Een vliegende start

De gemeente voert één basisvoorziening in in de voorschool, waardoor er in de hele stad één voorschoolse voorziening ontstaat voor alle kinderen; het stelsel van kinderopvang en peuterspeelzalen wordt ‘geharmoniseerd’. Hiermee gaan we kansenongelijkheid tegen; ieder kind in Rotterdam krijgt hetzelfde aanbod van grote kwaliteit en beter aangesloten op het onderwijs. Werken met een programma voor voor- en vroegschoolse educatie – bedoeld om achterstanden bij peuters en kleuters in te lopen – is in deze voorzieningen verplicht. De harmonisatie van het peuterwerk, de kinderopvang en groepen 0 verloopt voortvarend in Rotterdam. Bijna alle peuterspeelzalen zijn begin 2016 omgezet naar kinderdagverblijven. Het aantal groepen 0 is sterk uitgebreid, van 227 in 2015 naar meer dan 500 in 2016. De inspectie beoordeelt de kwaliteit van het gemeentelijk beleid voor de voorscholen als (ruim) voldoende; dat is een sterke verbetering ten opzichte van 2014. De uitvoering op de locaties wordt gemiddeld als goed beoordeeld. Ook dit is een verbetering ten aanzien van voorgaande jaren.

Kwaliteit door schoolontwikkeling

Het college heeft als ambitie de onderwijsresultaten in Rotterdam te verhogen. Daarom is op verschillende manieren geïnvesteerd in de kwaliteit van het Rotterdamse onderwijs, bijvoorbeeld door gerichte arrangementen te ontwikkelen en goed gekwalificeerde professionals in te zetten. Dit heeft een positief effect: de Rotterdamse onderwijsresultaten stegen in 2016 zowel in het PO, het VO als het mbo. Over de volle breedte helpt het onderwijs in onze stad leerlingen meer uit zichzelf te halen; de eindtoetsscore komt steeds dichter bij het landelijk gemiddelde en op alle niveaus worden Rotterdamse leerlingen beter in taal en rekenen. Het aantal zwakke scholen in het basisonderwijs van Rotterdam blijft echter wel een zorg. Hoewel zwakke basisscholen zich vaak snel herstellen tot een voldoende kwaliteit, komen er nieuwe zwakke scholen bij. Het aantal is in 2016 constant gebleven. Eind 2016 hebben we daarom een plan van aanpak tegen zwakke scholen aangekondigd.

De beste leraren

Het college wil dat de beste leraren in Rotterdam werken. Leraren krijgen daarom meer ruimte en mogelijkheden om zich verder te professionaliseren en worden door de gemeente gestimuleerd te innoveren in het onderwijs. Het aantal onbevoegde leraren in het VO is verminderd. Daarnaast heeft het college dit jaar ingezet op het werven, aan de stad binden en professionaliseren van leerkrachten. In 2016 zijn 449 lerarenbeurzen toegekend die leraren in staat stellen zich te professionaliseren, 8.130 medewerkers in het Rotterdamse onderwijs kregen een gratis Rotterdampas aangeboden en de eerste Erasmus Excellentie-leergang is van start gegaan met zestien deelnemers. Om het lerarentekort verder het hoofd te bieden heeft het college eind 2016 een aanvullende lerarenagenda aangekondigd.

Vakmanschap

De Rotterdamse aanpak loopbaanleren heeft als doel het beroepsonderwijs herkenbaarder en aantrekkelijker te maken, de beroepskeuze van leerlingen te verbeteren en de verbinding tussen onderwijs en de arbeidsmarkt te versterken. Met de oprichting van het Techniekcollege door Albeda en Zadkine en de borging in vakcolleges is de aansluiting op de arbeidsmarkt in Rotterdam verbeterd. Meer leerlingen in Rotterdam kiezen voor de groeisector techniek. In het hele onderwijs is loopbaanleren een speerpunt. Zo worden in het primair onderwijs excursies en lessenseries georganiseerd om kennis te maken met beroepen. Verder zijn er twee ambassadeurs gestart en is de leerroutekaart ontwikkeld. Door deze inzet groeit de aandacht voor de technieksector op school: in schooljaar 2015/2016 besteedden 49 basisscholen speciale aandacht aan Kiezen voor Techniek en in schooljaar 2016/2017 waren dat er in 2016 al 66. In schooljaar 2015/2016 hadden 54 basisscholen techniek in hun curriculum en dat nam toe naar 112 basisscholen in schooljaar 2016/2017.

Aansluiting onderwijs en jeugdhulp

Elk kind verdient een goede onderwijsplek, met de juiste ondersteuning en jeugdhulp waar dat nodig is, voor een kansrijke toekomst zonder belemmeringen. De uitdaging voor scholen, jeugdhulpverlening en gemeente ligt in het combineren van onderwijs en jeugdhulp om de kansen van leerlingen positief te beïnvloeden. In Rotterdam gaan sinds 2016 twintig kinderen naar school die voorheen geen onderwijs konden volgen door hun ziekte. Dit is gerealiseerd dankzij een nieuw aanbod van onderwijszorgarrangementen op maat.
Eind 2015 is de Taskforce Thuiszitters opgericht om het aantal thuiszitters te reduceren en de duur van het thuiszitten te verminderen. De resultaten zijn goed: het oplossingspercentage van zaken steeg in 2016 van 80% naar 84%. Verder heeft de gemeente door betere registratie en samenwerking meer thuiszitters in beeld.

Indicatoren

Soort indicator (collegetarget, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting/ 2014

Realisatie 2015

Realisatie

Eindwaarde/ 2017

Naam monitor

2016

BBV

Absoluut verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

1,3 per 1000 leerlingen in schooljaar 2014-2015

1,3 per 1000 leerlingen in schooljaar 2015-2016

BBV

Relatief verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

57 per 1000 leerlingen in schooljaar 2014-2015

59 per 1000 leerlingen in schooljaar 2015-20156

BBV

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

VSV-verkenner

Realisatie (incl. peildatum)

3,70%

3,20%*

3,10%
Voorlopige percentage schooljaar 2015-2016

BBV

% Achterstandsleerlingen

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Verweij Jonker Instituut-Kinderen in Tel

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

27,2% (2012)

Geen gegevens beschikbaar

Overig –
Leren Loont!

Bereik vve: aantal 3-jarige Rotterdamse doelgroepkinderen dat een vve-programma volgt

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Staat van het Rotterdamse onderwijs 2016

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

68% in 2014[1]

77%[2]

Overig –
Leren Loont!

VVE-kwaliteitsindicatoren van de Inspectie van het Onderwijs

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Staat van het Rotterdamse onderwijs 2016

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

8 van de 13 indicatoren zijn niet voldoende

2 van de 13 indicatoren zijn niet voldoende

Overig –
Leren Loont!

Kwaliteit van het onderwijs is voldoende

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Staat van het Rotterdamse onderwijs 2016

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

Zwak 4,40 %; Zeer zwak 0,5 %

Het aantal zwakke en zeer zwakke scholen is in 2016 gelijk gebleven.

Overig –
Leren Loont!

Onderwijsresultaten op het gebied van taal en rekenen

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Staat van het Rotterdamse onderwijs 2016

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

LOVS Begrijpend lezen 29,4 (M6)
LOVS Rekenen & wiskunde 84 (E6)

LOVS Begrijpend lezen 30,5 (M6)
LOVS Rekenen & wiskunde 87,95 (E6)

Overig –
Leren Loont!

Percentage bevoegde docenten

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Staat van het Rotterdamse onderwijs 2016

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

81%

90%
(lesuren bevoegd)

Overig –
Leren Loont!

Aantal thuiszitters

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Staat van het Rotterdamse onderwijs 2016

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

42
thuiszitters
(okt 2015)

49 thuiszitters (okt 2016)

Overig –
Leren Loont!

Percentage voortijdig schoolverlaters

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

VSV-verkenner

Realisatie (incl. peildatum)

3,7%

3,2%[3]
Schooljaar 2014-2015

3,1%
Schooljaar 2015-2016, voorlopige cijfers

Overig –
Leren Loont!

De kwaliteit van passend onderwijs, schoolmaatschappelijk werk en /of jeugdzorg

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Staat van het Rotterdamse onderwijs 2016

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

N.v.t.

De ouders zijn redelijk tot matig tevreden.

1 Het percentage driejarige Rotterdamse doelgroeppeuters dat een vve-programma volgde in 2014 was 68% en niet 67% zoals in Leren Loont! en begroting 2016 is opgenomen.
2 Dit is een voorlopig cijfer. Definitief cijfer volgt in de feitenkaart 2016.
3 Bij het jaarverslag 2015 is het voorlopige percentage van schooljaar 2014-2015 opgegeven (3,2%), uit de definitieve cijfers blijkt het percentage 3,1% te zijn.

Toelichting indicatoren
Absoluut en relatief verzuim

Het aantal verzuimmeldingen is al een aantal jaren vrij stabiel. In het absoluut verzuim zien we vooral kinderen en jongeren die zonder uitschrijving in de basisregistratie naar het buitenland vertrokken zijn. Het relatief verzuim (spijbelen) doet zich vooral voor op het voortgezet onderwijs. De afdeling leerplicht is er ook in schooljaar 2015-2016 in geslaagd alle verzuimmeldingen op te volgen.

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie

In Rotterdam daalde het aantal voortijdige schoolverlaters met 1% en kwam het percentage uit op 3,1% voor schooljaar 2015-2016 (voorlopig cijfer). Hiermee consolideert Rotterdam het goede resultaat van het jaar ervoor. Toen nam het aantal Rotterdamse vsv’ers af met 14%. In regionaal RMC-verband werkt Rotterdam met een nieuwe aanpak van voortijdig schoolverlaters. De nieuwe RMC-aanpak voor 2016-2020 heeft voornamelijk als doel om uitval van kwetsbare jongeren te voorkomen en hen in beeld te houden. Het gaat hierbij om de overstappers van vmbo BB en vmbo-leerwerktrajecten naar de entreeopleiding of mbo 2. Ook kwetsbaar zijn jongeren die van het voortgezet speciaal onderwijs uitstromen naar een dagbesteding of arbeidsmarkt.

Achterstandsleerlingen

De indicator ‘percentage achterstandsleerlingen’ wordt in de set Kinderen in Tel (Verwey-Jonker instituut) niet meer opgenomen. De definitie van achterstandsleerlingen sluit niet meer aan op de tegenwoordige tijd. Het ministerie laat onderzoeken wat een passender definitie zou zijn.

Leren Loont

Voor het beleidsveld onderwijs is er niet één centraal target. De gemeente sluit met het onderwijsbeleid aan bij de specifieke doelen van de individuele scholen. Binnen het programma Leren Loont! zijn verschillende betekenisvolle indicatoren benoemd waarover alle scholen rapporteren. Afhankelijk van het schoolplan formuleren scholen op verschillende indicatoren ook ambities op de korte en lange termijn. Over de voortgang op de verschillende indicatoren en targets vindt jaarlijkse rapportage plaats in de vorm van een onderwijsindex: de Staat van het Rotterdamse onderwijs.