Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten

Het college staat voor solide gemeentefinanciën. Dit is in het coalitieakkoord vertaald in de volgende afspraken:

  • Het weerstandsvermogen bedraagt aan het eind van de periode minimaal € 160 mln.
  • De weerstandsratio is aan het eind van de collegeperiode minimaal 1,4.
  • Er vindt een verlaging plaats van de lokale lasten.
Toelichting prioriteiten
Weerstandsvermogen

Onder het weerstandsvermogen wordt het totaal van de algemene reserve, de financieringsreserve en de kredietrisicoreserve begrepen. Deze bedraagt ultimo 2016 € 290,1 mln.

Weerstandsratio

De weerstandsratio bedraagt ultimo 2016 3,1 en is daarmee verbeterd ten opzichte van de laatst gepresenteerde stand in de Tweede Herziening 2016. Dit wordt hoofdzakelijk verklaard uit het feit dat het vrij aanwendbare deel van de bestemmingsreserves is toegenomen, omdat er minder geld aan deze reserves is onttrokken dan begroot.

Verlaging van de lokale lasten

In 2016 is besloten dat de gemeentelijke woonlasten voor een een- en een meerpersoonshuishouden in 2017 verder zullen dalen (zie onderstaande indicator). Daarmee wordt ook voor 2017 invulling gegeven aan het beleidsuitgangspunt uit het coalitieakkoord dat de woonlasten voor bewoners zullen dalen.

Indicatoren

Soort indicator
(collegetarget, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting/ 2014

Realisatie 2015

Realisatie
2016

Eindwaarde/ 2017

Naam
monitor

BBV

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishoudens

Mijlpaal

COELO

Realisatie (incl. peildatum)

€ 738,19

€ 716,53

€ 696,31

€ 674,15

BBV

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens

Mijlpaal

COELO

Realisatie (incl. peildatum)

€ 738,19

€ 729,43

€ 722,01

€ 713,85

 

Toelichting indicatoren

De indicator betreft de optelsom van het tarief reinigingsheffing (afvalstoffenheffing), rioolheffing en onroerendezaakbelasting per één persoonshuishouden respectievelijk meerpersoonshuishouden.
Minder woonlasten voor burgers is een van de uitgangspunten van ons coalitieakkoord ‘Volle Kracht Vooruit’.
De gemiddelde gemeentelijke woonlasten voor een eenpersoonshuishouden zijn in 2016 ten opzichte van 2015 met € 20,22 gedaald en voor een meerpersoonshuishouden met € 7,42. In 2017 zullen de gemeentelijke woonlasten uiteindelijk voor een eenpersoonshuishouden ten opzichte van 2016 met
€ 22,16 dalen en voor een meerpersoonshuishouden met € 8,16.
Daarmee wordt aan het beleidsuitgangspunt uit het coalitieakkoord dat de woonlasten voor bewoners zullen dalen, in 2016 maar ook voor 2017 opnieuw invulling gegeven door ons college.

Behoudens bovenstaande indicatoren zijn bij de verschillende producten van het programma Algemene middelen aanvullende indicatoren opgenomen:

  • Weerstandsvermogen
  • Weerstandsratio
  • Structurele exploitatieruimte
  • Solvabiliteitsrisico
  • EMU-saldo
  • Grondexploitatie
  • Belastingcapaciteit
  • Kasgeldlimiet
  • Renterisico norm
  • Netto schuldquote

Deze indicatoren komen terug in het onderdeel Financiele hoofdlijnen en de paragrafen Lokale heffingen, Verbonden partijen en Financiering.