Ontwikkelingen

Sinds 2015 zijn er elk jaar meer trajecten voorzien van OV-surveillanten in het OV.

De metrorijtuigen die zich op deze trajecten bevinden worden bemenst met minimaal twee OV-surveillanten per samengesteld metrorijtuig. De OV-surveillanten hebben naast hun toezichthoudende taak ook opdracht een rapportage bij te houden van afwijkende zaken of overtredingen.

Het wijkveiligheidsprogramma 2016-2019 is een meerjarig programma bestaande uit een integrale aanpak om de wijkveiligheid en het veiligheidsgevoel te verbeteren. Het college zet daarom in op meer toezicht en handhaving, betere zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van de handhavers en een schone en hele buitenruimte. Samenwerking met partners, bewoners en ondernemers, speciale aandacht voor senioren en vertrouwen in de eigen verantwoordelijkheden van de Rotterdammer zijn leidend in deze aanpak. Daarnaast is het gebieds- en wijkgericht werken één van de uitgangspunten. Het college verdeelt aan de hand van de behoefte in de gebieden en de financiële kaders de stedelijke middelen en capaciteit over de gebieden. Deze wijkgerichte benadering zet het college in om de stedelijke doelen te behalen.

Aangezien tussen de geregistreerde veiligheid en de beleefde veiligheid soms grote verschillen bestaan heeft het college, mede op verzoek van de raad, bij de vaststelling van het veiligheidsprogramma #Veilig010 een brede consultatie in gang gezet over veiligheidsbeleving. Dit heeft geresulteerd in een aantal pilots, wijkgesprekken en kwantitatief en kwalitatief onderzoek in de wijken. Op basis van deze resultaten en de uitkomsten van het wijkprofiel bepaalt het college per wijk welke maatregelen kunnen bijdragen aan een groter gevoel van veiligheid. Vanuit het Wijkveiligheidsactieprogramma investeert het college, voortbouwend op de Brede Consultatie, in extra pilots gericht op het verbeteren van het veiligheidsgevoel.

Agressief en asociaal gedrag in het verkeer is een bron van ergernis voor veel Rotterdammers. Acties zoals ‘aanpak excessieve snelheidsoverschrijdingen’ en ‘veelplegers’ in het verkeer worden het hele jaar door onze partners uitgevoerd. In 2016 was er in verband met ‘scooter op de rijbaan’ extra aandacht en inzet op de actie ‘aanpak scooteroverlast’. In 2016 is er gestart met het verstrekken van de zogeheten ’30-km pakketten’. Bewoners kunnen deze pakketten die o.a. bestaan uit hesjes, flyers en stickers, aanvragen om met elkaar de eigen buurt bewust te maken van de snelheid die gereden hoort te worden. Ook hebben in 2016 twee roadshows verkeersveiligheid en vijf hufterfuiken plaatsgevonden. In 2017 zullen alle acties, op BOB-sport na, wederom uitgevoerd worden. BOB-sport is geïntroduceerd en uitgevoerd bij 80 sportclubs, deze sportclubs hebben nu verder zelf de mogelijkheid om dit door te zetten

In 2016 zijn alle cameragebieden geëvalueerd. Ook heeft de verhuizing van het uitkijkcentrum en mobiel cameratoezicht plaatsgevonden.
De evaluatie behelsde 367 camera’s verspreid over 29 cameragebieden in de stad. Een belangrijk resultaat is dat in diverse gebieden verplaatsingen gerealiseerd worden om het cameragebied te effectueren en enkele camera’s zullen worden verwijderd. Daarnaast is bepaald om zeven gebieden te laten vallen onder het uitkijkregime van informatiegestuurd uitkijken. Op 23 maart 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel over een aanpassing in de Gemeentewet van artikel 151c. Hierdoor mag met ingang van 1 juli 2016 mobiel cameratoezicht ingezet worden om aanhoudende, zich verplaatsende overlast beter te volgen en aan te pakken.

De wijken Bospolder & Tussendijken zijn in het begin 2016 verschenen wijkprofiel gedaald. Nadere analyse heeft een nog scherpere inzet opgeleverd op jeugd, drugs en ondermijning, terwijl tegelijk het integrale programma onverminderd is voortgezet.
De blok-voor-blok aanpak (huis voor huis aanbellen en kennismaken) heeft laten zien dat investeren in de lokale economie - vrijwilligerswerk en betaald werk - hard nodig is in combinatie met concrete lokale zorg. Goede openbare plakken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten spelen hierin een belangrijke rol. Deze punten vragen de lange adem van de gemeente.

De extra inzet voor jeugd is zowel preventief als repressief ingezet. Er is actief jongerenwerk tot wie jongeren met vragen en problemen zich kunnen wenden. Buurtvaders zijn actief geworden. Onwijze moedersnetwerken zijn actief in de wijk. Maar jongeren die blijven handelen in drugs en daarbij overlast veroorzaken zien een gebiedsverbod tegemoet. We investeren in een stevige aanpak met de partners in het veiligheidshuis.

De extra inzet op ondermijning is zichtbaar geworden op de Mathenesserweg. Door direct contact met pandeigenaren worden huurcontracten ontbonden. Leegstand is geen doel. Herontwikkeling van bedrijfspanden naar woningen wordt voorbereid. Kleine investeringen in de straat zijn gedaan, grotere investeringen in een toekomstige woonstraat worden voorbereid.

In de Tarwewijk werd extra ingezet op de overlast op straat. Er is aanhoudende overlast in de Bas Jungeriusstraat en het Verschoorplein. Er is sprake van geluidsoverlast, vervuiling, intimidatie en soms ook dealen. De politie zet hier extra op in en de persoonsgebonden aanpak wordt ingezet.

In Hillesluis wordt specifiek ingezet op jeugdoverlast en het project op de Polderlaan i.v.m. gewelds- en schietincidenten. Daarnaast wordt de ondermijningsaanpak op Beijerlandselaan ingezet.

Jaarlijks worden vijf hotspotgebieden vastgesteld waar extra stevige inzet plaatsvindt op het voorkomen van woninginbraken. De hotspots van 2016 waren Vreewijk, Bloemhof, Pendrecht, Zevenkamp en Bospolder-Tussendijken. In alle hotspots zijn flinke resultaten geboekt: in 2016 is in elke hotspot minstens een kwart minder woninginbraken gepleegd in vergelijking met de jaren ervoor.

De nazorg voor slachtoffers van High Impact Crimes is een belangrijke pijler van de aanpak. Er is een speciaal Nazorgteam dat namens de burgemeester slachtoffers van overvallen en woninginbraken bezoekt. Ze geven mentale steun, zorgen voor praktische zaken en bovenal staan ze het slachtoffer bij in de nasleep van het incident. Het team is voor het slachtoffer de verbinding tussen onder andere de politie, de gemeente, het Openbaar Ministerie, de verzekeringsmaatschappij(en). In 2016 heeft het Nazorgteam in circa honderd cases nazorg verleend.

Een belangrijk onderdeel van de aanpak van High Impact Crimes is de persoonsgerichte aanpak, de HIT-aanpak. Binnen het Veiligheidshuis zijn twee pilots gericht op het verminderen van de recidive bij minderjarigen en jongvolwassenen (18-23 jaar). Daarnaast zijn er ook twee pilots gestart in Pendrecht, gericht op de persoonsgerichte aanpak. Reclassering Nederland startte in 2016 met de pilot Reclassering in de Buurt met een focus op de HITers. Gelijktijdig startte de pilot pre-HIT, waarbij bijzondere aandacht is voor potentiële nieuwe, jonge daders.

In 2015 en 2016 heeft de gemeente met de Rotterdamse wooncorporaties een regeling getroffen over investeringen in inbraakwerende maatregelen en middelen. De regeling is in 2016 geëvalueerd en het aantal inbraken blijkt beduidend lager te zijn in de wijken waar het hang- en sluitwerk is verbeterd.

In het kader van het programma Stok achter de deur 2015-2018 zette de gemeente extra jongerenwerkers en jeugdhandhavers in op de zogenaamde “jeugdoverlast hotspots”. Het aantal jeugd gerelateerde incidenten bij de politie in deze jeugdoverlast hotspotgebieden is in 2016 verder gedaald. Verder is de samenwerking met Halt in de aanpak van jeugdoverlast versterkt: waaronder het begeleiden van jongeren door jongerenwerkers bij het uitvoeren van een Halt werkstraf in de eigen wijk. Ook is er meer ingezet op ouders van overlast gevende jongeren.

De gemeente heeft in 2016 met behulp van financiering van het Rijk met de aanpak van radicalisering het volgende bereikt:

  • Het netwerk van sleutelpersonen is geactiveerd door het organiseren van diverse bijeenkomsten voor hen.
  • Er zijn diverse quick scans uitgevoerd naar aanleiding van incidenten elders in de wereld om de invloed van deze incidenten op de Rotterdamse samenleving te kunnen duiden.
  • Er hebben vele initiatieven en projecten ter preventie van radicalisering plaatsgevonden, zoals de trainingen ‘Weerbaar Opvoeden’ aan moedergroepen, de theatervoorstelling Jihad voor scholieren, de bewustwordingsbijeenkomsten in en rondom moskeeën en de voetbaltrainingen gecombineerd met gastsprekers voor een groep kwetsbare jongens.
  • De gemeente heeft 37 keer voorlichting over radicalisering gegeven en heeft daarmee 749 professionals, moeders, jongeren en vrijwilligers bereikt.
  • De gemeente heeft 32 trainingen georganiseerd, waarmee 415 professionals zijn bereikt.
  • Het casusoverleg radicalisering in het Veiligheidshuis loopt goed. De samenwerking en afstemming met partnerorganisaties als politie, het OM, de GGZ en Jeugdzorg loopt naar tevredenheid.
  • Het Meld- en Adviespunt Radicalisering (MAR) is uitgebreid met een Gemeentelijke Expertpool Radicalisering (GER), waar vanuit vijf collega’s van verschillende partnerorganisaties, zoals het jongerenwerk en de wijkteams, begeleiding bieden aan casussen.

In het kader van de Wij-samenleving hebben op diverse scholen hebben Socratische gesprekken plaatsgevonden en zijn leraren getraind om deze gesprekken voort te zetten. Er zijn stadsdialogen en “preken voor andermans parochie” georganiseerd. In het programma worden ongemakkelijke thema’s bespreekbaar gemaakt binnen een respectvolle setting verder gebracht. Deze inspanningen leveren input voor een geplande Burgertop (G1000) in juni 2017.

Door de combinatie van bevoegdheden (strafrecht, bestuursrecht, fiscaalrecht en civielrecht) en door samen aan een informatiepositie en interventies te werken heeft de gemeente en haar partners beter zicht gekregen op ondermijnende criminaliteit en resultaten geboekt.
In 2016 is in Rotterdam met politie, de Belastingdienst en Openbaar Ministerie, maar ook andere partners zoals de Kansspel Autoriteit ingezet op het aanpakken van ondermijnende criminaliteit. Er zijn nieuwe initiatieven opgezet zoals de campagne ‘Rotterdamse haven, veilige haven’ maar er is bijvoorbeeld ook met de RIEC-partners in 2016 intensief ingezet op het gebied van illegaal gokken.
Op het gebied van drugscriminaliteit zijn er diverse families nader onderzocht, er is als gevolg hiervan o.a. 2000 kg versnijdingsmiddelen in beslag genomen.
Daarnaast is er door een integraal gebiedsteam ingezet op zowel rechtshandhaving als flankerend (gemeentelijk) beleid in de Spaanse Polder.
Vastgesteld is dat dit gebied de afgelopen jaren te weinig aandacht en prioriteit heeft gehad. Mede hierdoor is er onvoldoende gehandhaafd, was de overheid onvoldoende zichtbaar, bereikbaar en aanspreekbaar en heeft dit mede geleid tot een “vrijstaat” waarbinnen te veel ruimte is ontstaan voor ondermijnende praktijken en criminaliteit. De gemeente is nu zichtbaar en fysiek, laagdrempelig en toegankelijk aanwezig in het gebied. Uniek hierbij is de samenwerking met de gemeente Schiedam. Ook worden bonafide investeerders en ondernemers gestimuleerd in de Spaanse Polder te investeren en samen te werken.

In 2016 behandelt de gemeente de aanvragen van circa 2100 -in plaats van de verwachte 1600- kleinschalige en 65 grootschalige evenementen. Ook behandelt de gemeente aanvragen van circa 100 demonstraties en verschillende filmvergunningen. Het college optimaliseert het evenementenvergunningenbeleid, waarmee het onderdeel Levendige stad en gezellige binnenstad in het collegeprogramma wordt uitgevoerd binnen de kaders van de wettelijke bevoegdheid van de burgemeester. Er volgt een onderzoek naar de criteria van 0 en A-evenementen, zoals beschreven in #veilig010.

De burgemeester is verantwoordelijk om toe te zien op de naleving van de Drank- en Horecawet (hierna: DHW). Om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de DHW in Rotterdam wordt nageleefd, is in 2016 (wederom) een nalevingsonderzoek uitgevoerd, gericht op twee belangrijke onderdelen uit deze wet: het verbod op alcoholverstrekking aan minderjarigen en het doorschenkverbod. De resultaten van dit onderzoek zullen tijdens een aantal bijeenkomsten in 2017 worden gepresenteerd aan de branches die betrokken zijn in het onderzoek (zoals horeca, slijterijen, sportverenigingen en avondwinkels).

Tussen mei 2015 en januari 2016 zijn door exploitanten van 38 coffeeshops bewonersavonden georganiseerd waarbij irritaties, klachten en mogelijke oplossingen zijn geïnventariseerd. Bij deze 38 bewonersavonden zijn in totaal 250 mensen aanwezig geweest. De burgemeester heeft de raad per brief in mei 2016 de resultaten van de bewonersbijeenkomsten gestuurd.
De uitkomsten hiervan hebben geen aanleiding gegeven om het Rotterdamse coffeeshopbeleid aan te scherpen of om een beheercommissie in te stellen.

Weerbaarheid tegen cyberaanvallen is voor de Rotterdamse haven essentieel. Om die reden is (Rijks-)Havenmeester, namens de Politie, Deltalinqs, de Gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf, per 8 juni 2016 aangesteld als Port Cyber Resilience Officer (Port CRO).

De Port CRO is verantwoordelijk voor het realiseren van het Port CRO-programma, zoals is vastgesteld in de driehoek. Het doel van dit programma is om gezamenlijk de cyber resilience in de haven te verhogen, de cyber security awareness te vergroten, de geoefendheid van organisaties te intensiveren en risk management op dit vlak op te bouwen.

Voor het NCSC (Nationaal Cyber Security Centrum) is de Rotterdamse inzet en aanpak voor de haven aanleiding geweest om Rotterdam vanaf 2017 ook op te nemen in het Landelijke cyberdreigingsbeeld.