Ontwikkelingen

Externe ontwikkelingen

De wereldwijde gevolgen van de klimaatverandering en de noodzaak daarop te reageren en te anticiperen is al enige jaren duidelijk. De gemeente Rotterdam heeft er een aantal jaren geleden voor gekozen om nadrukkelijk de urgentie van duurzaamheid in beleid en werken vorm te geven met een apart programma Duurzaam. De Rotterdamse aanpak en praktische uitwerking in maatregelen en projecten, zoals de Rotterdamse Adaptatie Strategie, waterpleinen, het stimuleren van elektrisch vervoer of de fiets en de warmterotonde zijn voorbeelden voor binnen- en buitenland. Deze kennis en ervaring is ook ingebracht tijdens de VN Klimaatconferentie in december 2015 in Parijs, de COP-21.

Het in Parijs gesloten Klimaatakkoord was aanleiding te onderzoeken of de gemeente een PLUS kon zetten op het programma Duurzaam dichter bij de Rotterdammer. Na een uitgebreide inventarisatie, zowel intern als met stakeholders als Eneco, Stichting Natuur & Milieu, Zuid-Hollandse Milieufederatie, ministerie van Infrastructuur & Milieu, Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs, is de 'PLUS op het programma Duurzaam 2015-2018' geformuleerd. Met deze PLUS zet gemeente Rotterdam extra in op de realisatie van projecten die bijdragen aan de duurzame energietransitie én die zorgen voor schonere lucht, waar mogelijk in combinatie met klimaatadaptatie (droge voeten).

De extra inzet is gericht op:
•De zon als bron: de gemeente stelt elke Rotterdammer in staat te profiteren van zonne-energie. Daarbij maakt de gemeente gebruik van een brede aanpak volgens de Uitvoeringsstrategie Zonne-energie010.
•Energiebesparing voor bewoners: De gemeente gaat haar ambitie van 10.000 duurzame woningrenovaties overtreffen.
•Groene/ duurzame gebouwen: de gemeente maakt meer werk van energiebesparing in haar gemeentelijke gebouwen.
•Rotterdam Energie-Infrastructuur Plan (REIP): samen met onder andere energie- en netwerkbedrijven, onderzoeksinstellingen en woningcorporaties rolt de gemeente wijkgericht een aanpak uit om de energie-infrastructuur klaar te maken voor de energie van de toekomst.

Voor de extra beoogde inzet is in de begroting 2017 en 2018 € 1 mln per jaar extra budget beschikbaar voor het programma Duurzaam.

Voor wat betreft de Warmtetransitie is de keuze van het ministerie voor het al dan niet op korte termijn sluiten van alle kolengestookte elektriciteitscentrales van groot belang. Hoewel Rotterdam van mening is dat sluiting van de kolengestookte centrales gewenst is, is de gemeente zich er van bewust dat beoordeling en afweging van de termijn waarop één en ander kan worden geregeld aan het ministerie van Economische Zaken is. Dit gelet op de invloed ervan op de landelijke energievoorziening. De stand van zaken daarin op dit moment is dat er voorlopig geen inspanningen zullen worden gedaan om 5 kolencentrales te sluiten. Als mocht blijken dat Nederland niet op koers ligt met zijn doelstellingen, dan zal worden gekeken naar de sluiting van de jaren ’90 kolencentrales waarbij geen bij- en meestook-biomassa mogelijk is, en vooralsnog niet naar sluiting van de Uniper Centrale of de Engie Centrale in Rotterdam.

Interne ontwikkelingen

Nu duurzaamheid op de kaart staat en breed de aandacht heeft, is het de komende jaren de opgave om het onderwerp daar waar het mogelijk te verankeren in projecten, maatregelen en beleid. Uiteindelijk moet het duurzaamheid denken een integraal onderdeel worden van het werken en denken, zowel vanuit een fysieke invalshoek, als sociaal, bij planontwikkeling, gebiedsontwikkeling en bij uitvoering en beheer. Dit geldt bij het uitstippelen van de Roadmap Next Economy, en bij het invullen van de Rotterdamse Resilience Strategie die in 2016 is gelanceerd en breed opgepakt (moet worden) in de diverse clusters. De Rotterdamse deelname aan de C40 en de steun van de Rockefeller Foundation is daarbij van groot belang. Gelet op de huidige energie intensieve industrie in Rotterdam en de haven staat de economische concurrentiepositie van Rotterdam in de toekomst, en het benutten van kansen en kennis hierbij centraal.