Beleid

Het beleid van de gemeente Rotterdam is gericht op een weerstandsratio van tenminste 1,4. De weerstandsratio drukt de verhouding uit tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. Een exact sluitende begroting zonder financiële buffer betekent dat elke financiële tegenvaller dwingt tot direct ingrijpen in de begroting, en dus ook in het gemeentelijke beleid. De begroting moet immers sluiten.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële risico’s die de gemeente loopt. Het gaat daarbij om de financiële risico’s die niet goed kwantificeerbaar en vaak niet regulier zijn. In het algemeen gaat het om risico's die de gemeente niet of slechts gedeeltelijk kan beïnvloeden. Voor de overige risico’s neemt de gemeente beheersmaatregelen, treft ze voorzieningen of sluit ze verzekeringen af.

De coalitiepartijen hebben zich daarnaast ten doel gesteld dat het weerstandsvermogen aan het eind van bestuursperiode minimaal € 160 mln bedraagt. Het weerstandsvermogen is daarbij gedefinieerd als de optelsom van de algemene reserve, de financieringsreserve en de kredietrisicoreserve.