Kredietrisicobeheer

Berekening kredietrisico per ultimo 2016

Gegarandeerd/ verstrekt bedrag

Berekend kredietrisico

Achtervang waarborgfondsen

10.890.731

pm

Garanties t.b.v. particulieren

49.212

1.144

Garanties t.b.v. rechtspersonen

131.519

31.037

Verstrekte leningen

940.735

14.887

Bij het verstrekken van leningen en het verlenen van garanties loopt de gemeente het risico dat de betrokken partijen niet aan hun financiële verplichtingen aan de gemeente kunnen voldoen. Daarom neemt de gemeente risicobeperkende maatregelen en voert een actief kredietrisicobeheer. De gemeente berekent de risico’s op wanbetaling van de betreffende geldnemers. Dit wordt het kredietrisico genoemd. In 2012 is de kredietrisicoreserve ingesteld om deze risico’s te kunnen afdekken. Bij leningverstrekking of garantieverlening dient eenmalig een bedrag te worden gestort voor de dekking van de risico’s. Daarnaast dient de door de geldnemer betaalde renteopslag of garantiepremie als voeding voor de kredietrisicoreserve.
Het kredietrisico voor de achtervangpositie in het Waarborgfonds Eigen Woning (WEW) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) kan op dit moment nog niet berekend worden en wordt daarom op PM gesteld. De VNG ontwikkelt, in overleg met de Commissie BBV, een methodiek om het kredietrisico van de achtervangpositie voor gemeenten te kunnen berekenen. Voor garanties aan particulieren baseert de gemeente zich bij het berekenen van het kredietrisico op de richtlijnen die gelden voor banken. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat het Rijk de helft van eventuele verliezen afdekt. Met behulp van een kredietrisicomodel zijn de bedragen berekend die minimaal zouden moeten worden gereserveerd om de risico’s van de leningverstrekking en de garantieverlening voor rechtspersonen te kunnen opvangen. De kredietrisicoreserve (€ 63,5 mln ultimo 2016) is in ieder geval toereikend om de hier berekende kredietrisico’s te kunnen dekken. Pas als er ook een goede inschatting kan worden gemaakt van de risico’s die samenhangen met de achtervang in de waarborgfondsen, kan worden vastgesteld of de kredietrisicoreserve toereikend is.