Sturing ruimtelijke economische projecten

Het ruimtelijk economisch perspectief en onze rolopvatting hebben consequenties voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. Inzet van het gemeentelijk instrumentarium, waaronder grondexploitaties, is niet meer de standaardaanpak. Aan de hand van het overzicht van alle projecten in de stad stelt de gemeente de eigen lopende grondexploitaties bij op project- en portefeuilleniveau (programma, planning, en/of prijs) als de markt daarom vraagt en als dat past binnen de bredere gemeentelijke ambities, bijvoorbeeld om een aantrekkelijke doelgroep in de gemeente te kunnen huisvesten. Minimaal één keer per jaar voert de gemeente voor individuele grondexploitaties een risicoanalyse uit om te bepalen welke onzekerheidsreserve nodig is om projectspecifieke risico’s op te vangen, zoals het slagen van een bestemmingsplanprocedure of de kans dat ergens bodemvervuiling wordt aangetroffen. Voor deze risico’s neemt de gemeente in de individuele grondexploitaties een onzekerheidsreserve op. Voor sturing op portefeuilleniveau wordt het Meerjarenperspectief Grond en Vastgoed (MGV) opgesteld.