Omslagrente

De financiering van de gemeentelijke investeringen vindt hoofdzakelijk plaats met reserves en voorzieningen (lange interne financieringsmiddelen) en met extern aangetrokken geldleningen. Als uitgangspunt geldt dat de financieringswijze geen rol mag spelen bij de kostprijsberekening van gemeentelijke taken. Daarom rekent de gemeente ook rente toe aan de reserves en voorzieningen. De totale gemeentelijke vermogenskosten bestaan dus uit de werkelijk betaalde rente op de externe geldleningen en de toegerekende rente aan de interne financieringsmiddelen. Deze vermogenskosten worden aan de gemeentelijke producten doorberekend via de omslagrente. Dit gebeurt op basis van de boekwaarde van de investeringen op de balans. In 2016 is nog gerekend met een omslagrente van 4%. Met ingang van de begroting 2017 is de omslagrente verlaagd naar 3%. Conform de richtlijnen van de commissie BBV is het omslagrente BIE (bouwgronden in exploitatie) berekend als het gewogen gemiddelde rentepercentage van de concernfinanciering naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, gecorrigeerd voor de doorverstrekkingen. Volgens deze berekening kwam de omslagrente BIE uit op 1,8%.