Waarderingsgrondslagen

Vaste activa
Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.

De bijdragen aan activa in eigendom van derden worden met ingang van 1 januari 2016 verantwoord onder de immateriële vaste activa. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden gewaardeerd als zij voldoen aan de bepalingen van artikel 61 tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De afschrijvingsduur is maximaal de afschrijvingstermijn (gebruiksduur) van het betreffende actief bij de derde

De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief.
Daar waar het onderzoek en ontwikkeling van toekomstige grondexploitaties betreft, worden de kosten gedurende 5 jaar geactiveerd. Als na het 5e jaar nog geen overgang naar Bouwgronden in Exploitatie heeft plaatsgevonden worden de kosten uit het eerste jaar afgeschreven. Voor de voorbereidingskosten voor grondexploitaties geldt dat de plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor voorbereidingskosten worden gemaakt bestuurlijke instemming moeten hebben.

Materiële vaste activa met economisch nut

De in erfpacht uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). Gronden waarvan de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht, zijn tegen registratiewaarde gewaardeerd.

Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval of andere alsook voor rechten die op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.

Deze overige investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven.

Investeringen met een meerjarig economisch nut worden slechts geactiveerd als het bruto investeringsbedrag € 0,1 miljoen of meer bedraagt, ongeacht de levensduur van het actief.

Materiële vaste activa in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut zijnde gebiedsontwikkelingen worden zonder voorafgaande toestemming niet geactiveerd. De investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut niet zijnde gebiedsontwikkeling (bruggen, tunnels, wegen, viaducten, sluizen, monumenten, kunst, kademuren en glooiingen) zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs – of vervaardigingsprijs. Deze investeringen worden slechts geactiveerd als het niet als onderdeel van gebiedsontwikkeling is verworven of gesticht en als het bruto investeringsbedrag € 0,1 miljoen of meer bedraagt, ongeacht de levensduur van het actief. Investeringen in gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. De vervaardigingsprijs omvat ook een deel van de toerekenbare indirecte vervaardigingskosten en de rentekosten over het vervaardigingstijdvak die aan de geactiveerde investering toegerekend kunnen worden.

Afschrijvingen

Slijtende investeringen worden afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijving gebeurt op lineaire basis, met uitzondering van voor verhuur bestemde bedrijfsgebouwen.
De bedrijfsgebouwen die zijn bestemd voor de verhuur worden niet lineair maar annuïtair afgeschreven naar gelang de verwachte gebruiksduur met een maximum van 40 jaar. Hiervoor is gekozen vanaf 2010, zodat de huuropbrengsten gelijk lopen met de kosten (afschrijving en rente).

Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen (in jaren)

Gebouwen

10 – 40

Infrastructuur

10 – 50

Installaties

5 – 20

Voer- en vaartuigen

5 – 30

Hulpmateriaal

5 – 15

Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Verordening financiën Rotterdam 2013.

De afschrijving start in de maand na ingebruikname van het actief. De afschrijving van bedrijfsgebouwen bestemd voor de verhuur vangt aan in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname. Voor de ‘Vervoermiddelen’ (leaseauto’s) geldt dat direct bij ingebruikname afschrijving plaatsvindt. Dit houdt verband met het feit dat in de leasetermijnen (opbrengst) ook het afschrijvingsdeel is gedekt. Door deze systematiek zijn de afschrijvingskosten gelijk aan de dekking die in de leasetermijnen zit.

Voor software geldt een afschrijvingstermijn van vijf jaar. De concernbrede bedrijfsvoeringsystemen hebben echter een langere afschrijvingstermijn van tien jaar, omdat zij door hun complexiteit niet binnen een termijn van vijf jaar buiten gebruik zullen worden gesteld.

Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de waardering van de commerciële vastgoedportefeuille is het uitgangspunt dat de koper de grond in eigendom verkrijgt en daarom geen erfpacht van toepassing.

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Waar van toepassing is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelenkapitaal van nv’s en bv’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen structureel daalt tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.

Vlottende activa
Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde.

De ‘Bouwgronden in exploitatie’ zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Zie Grondslagen voor resultaatbepaling voor de Stelsel- en schattingswijzigingen.

De richtlijnen voor het nemen van winsten en verliezen uit de grondexploitaties zijn opgenomen in de grondslagen voor resultaatbepaling. Genomen resultaten zijn in de waardering verdisconteerd. Dit kan bij het verwachten van toekomstige verliezen leiden tot een negatieve stand van de activa, aangezien de verliesvoorziening verwerkt wordt als een correctiepost. Ten behoeve van transparantie worden verliesnemingen op de individuele grondexploitaties apart zichtbaar gemaakt.

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van vorderingen verrekend

Liquide middelen

De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste passiva
Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de algemene, bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten. Van bestemmingsreserves die niet met juridisch onontkoombare verplichtingen zijn belast, valt het (restant)saldo van een bestemmingsreserve zonder voorafgaand raadsbesluit ten gunste van het ‘resultaat na bestemming’ vrij als:
a. het doel waarvoor de bestemmingsreserve is gevormd vervalt of
b. gedurende drie jaren niets aan de bestemmingsreserve is onttrokken of toegevoegd.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen of verwachte verliezen of risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten op de balansdatum. Onder voorzieningen worden ook opgenomen de van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. Uitzondering hierop vormen de van Europese en Nederlandse overheidslichamen verkregen middelen. Deze worden gepresenteerd bij de ‘Overlopende passiva overheidsmiddelen’.

De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting voor de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Buiten balanstelling
Borg- en garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.

Overige niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen
Renteswaps

De gemeente gaat derivaten aan om renterisico’s af te dekken in overeenstemming met Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De gemeente gaat alleen volledige effectieve hedges aan en op grond daarvan worden de derivaten verantwoord onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. De marktwaarde van de derivaten wordt bepaald als de contante waarde van alle vaste en verwachte variabele cashflows. Bij de berekening van de marktwaarde wordt gebruik gemaakt van de relevante Interest Rate Swap curve.