Grondslagen voor resultaatbepaling

Personeelslasten

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.

Algemene uitkering

Met betrekking tot de verwerking van de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak houdt in dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde accresmededeling.

Dividend

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

Erfpacht

De vooruit ontvangen afkoopsommen bij tijdelijk in erfpacht uitgegeven gronden vallen vrij ten gunste van het resultaat naar gelang de looptijd van het erfpachtcontract. Voor de erfpachtcontracten die tussen 2004 en 2012 zijn afgekocht, is de periode van vrijval gesteld op vijftig jaar.

Resultaatneming grondexploitaties
Winstneming op bouwgronden in exploitatie

De gemeente hanteert een voorzichtige methode voor tussentijdse winstneming. Deze methode is als volgt:

  • indien een plan voor minimaal 70% van de begrote kosten en 70% van de begrote opbrengsten is gerealiseerd wordt beoordeeld of winst kan worden genomen en zo ja, hoeveel;
  • er wordt alleen winst genomen als de geboekte opbrengsten de geboekte kosten overstijgen. De te nemen winst is maximaal gelijk aan de (negatieve) stand van de boekwaarde die ontstaat doordat het bedrag aan gerealiseerde opbrengsten de gemaakte kosten overschrijden. Daarbij rekening houdend met een risicobuffer van 20% van de nog te realiseren kosten en opbrengsten;
  • in individuele gevallen kan op basis van planspecifieke omstandigheden beargumenteerd worden afgeweken.
Verliesneming op bouwgronden in exploitatie (BIE)

Bij actieve grondexploitaties met een verwacht negatief resultaat wordt een voorziening getroffen ter hoogte van dit negatieve verwachte resultaat. Met ingang van 2014 is de presentatie van voorzienbare verliezen van de gronden gewijzigd. Voorheen werd een in het boekjaar gevormde voorziening in het jaar opvolgend als duurzame waardevermindering verwerkt in de boekwaarde als het verwachte verlies niet was goedgemaakt. Vanaf 2014 blijft de voorziening afzonderlijk zichtbaar en wordt het voorzienbare verlies bij afsluiten van het complex als gerealiseerd resultaat in de grondexploitatie verwerkt.

Parameters grondexploitaties

In de grondexploitaties wordt gerekend met langjarige gemiddelde parameters voor kosten- en opbrengstenstijging en renteontwikkelingen. Uitzonderingen op deze algemene lijn zijn de parameters in de projecten Nesselande en Fascinatio. Deze worden in de paragraaf Grondbeleid toegelicht.

Langjarige parameters grondexploitaties

2015

2016

Rente

4%

2% *

Opbrengstenstijging

0,5%

2017 1%, 2018 2%, 2019 2%, 2020 – 2026 1% en 2027 e.v. 0%.

Kostenstijging

2%

2%

Disconteringsvoet

4%

2% **

* De wijzigingen in het BBV die met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 van kracht zijn geworden schrijven ook de berekeningswijze voor van de omslagrente die aan de grondexploitaties toegerekend mag worden. Het te hanteren percentage is een gewogen gemiddelde rente over de gemeentelijke leningenportefeuille, berekend naar de verhouding Vreemd Vermogen vs Totaal Vermogen. In de realisatie over 2016 is het gemiddelde werkelijke percentage van 1,8 gehanteerd.
** De te hanteren discontovoet wordt in overeenstemming met de notitie grondexploitaties 2016 van de commissie BBV gelijkgesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone. Deze bedraagt 2,0%.

Gebruik van schattingen

Bij het opstellen van de jaarrekening doet het college van burgemeester en wethouders schattingen en veronderstellingen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. Dit gebeurt in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen.

Stelsel- en schattingswijzigingen
Verwerking notitie grondexploitaties 2016

In maart 2016 heeft de commissie BBV de notitie grondexploitaties 2016 gepubliceerd. Deze notitie treedt in werking per 1 januari 2016. Deze notitie leidt tot een stelselwijziging in de jaarrekening 2016. De stelselwijziging heeft gevolgen voor de niet in exploitatie genomen gronden. Deze balanspost is per 1 januari 2016 komen te vervallen en overgeheveld naar MVA.

Niet in exploitatie genomen gronden

De netto boekwaarde van de niet in exploitatie genomen gronden per 31 december 2015 is in lijn met de notitie grondexploitaties per 1 januari 2016 overgeheveld naar de materiële vaste activa gronden en voor zover het alleen voorbereidingskosten betreft naar de immateriële vaste activa. Uitzondering hierop zijn de gronden die in 2016 middels een raadsbesluit in exploitatie zijn genomen. Deze gronden zijn per 1 januari 2016 verantwoord onder de bouwgronden in exploitatie. De overheveling van deze gronden is zichtbaar gemaakt door een extra kolom met een stand per 1 januari 2016 in de balans en door middel van extra kolommen in de verloopschema’s van de betreffende balansposten.

Bouwgronden in exploitatie

In de notitie grondexploitaties zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de parameters. Op 2 februari 2017 heeft de gemeenteraad besloten over de invulling van de causaliteitsbepalingen. De effecten van deze wijzigingen zijn in het resultaat 2016 verwerkt.
Voor bouwgronden in exploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar zijn risico-beperkende maatregelen toegepast (op project- danwel portefeuilleniveau). Deze risico beperkende maatregelen zijn:

  • Per grondexploitatie is een actuele en goed onderbouwde raming van de uitgaven en inkomsten beschikbaar;
  • Investeringen worden zoveel mogelijk afgestemd op het genereren van inkomsten ten einde het financieringsrisico te beperken;
  • Een realistisch, op de marktvraag afgestemd uitgifteprogramma (zowel qua planning als typologie); Door middel van de portefeuillesturing wordt twee maal per jaar het in de portefeuille opgenomen uitgifteprogramma afgezet tegen de voorziene marktvraag (aantallen, fasering en typologie);
  • Een adequate beheersing van de grondexploitatieportefeuille (zoals monitoring van marktontwikkelingen en periodieke confrontatie van opgenomen programma vs marktvraag op gebiedsniveau, dit mede op basis van provinciale kaders omtrent de programmering);
  • De parameter ‘opbrengstenstijging’, waarmee de geraamde grondopbrengsten in de NCW-berekening geïndexeerd, wordt na het 10e jaar verlaagd naar 0,0%. Met deze maatregel wordt voorzichtigheid in de financiële uitkomsten van de grondexploitatie betracht.
Stelselwijziging bijdrage aan activa in eigendom van derden

In de jaarrekening 2015 waren de bijdragen aan activa in eigendom van derden opgenomen onder de financiële vaste activa. Met ingang van 1 januari 2016 zijn deze bijdragen in lijn met het wijzigingsbesluit 5 maart 2016 verantwoord onder de immateriële vaste activa.

Tabel stelselwijziging

Balanspost

Bedrag mutatie stelselwijziging

Immateriële vaste activa

1.406

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

Immateriële vaste activa

12.615

Bijdrage aan activa in eigendom van derden

Materiële vaste activa

-241

Financiële vaste activa bijdrage aan activa in eigendom van derden

-12.615

Voorraden

-1.165

Het effect op het eigen vermogen per 1 januari 2016 is 0.

Herrubricering
Aangepaste hiërarchie

Als gevolg van een gewijzigde hiërarchie in 2016 sluiten de jaarcijfers 2015 voor drie programma's en vijf producten niet aan met de gepresenteerde jaarcijfers in de jaarrekening 2015. Het betreft de programma's Bestuur en dienstverlening, Ruimtelijke ordening en Serviceorganisatie. Binnen deze programma's gaat het om de producten Ondersteuning bestuurlijke besluitvorming, Rotterdamse serviceorganisatie, Concernhuisvesting, Commercieel vastgoed en Maatschappelijk vastgoed. Bij de tabellen waar zich verschillen voordoen, wordt dit apart per tabel toegelicht.

Voorziening verlegregeling

De voorziening Verlegregeling is tot en met 2015 verantwoord als voorziening grondexploitaties.
Omdat er geen directe relatie meer is tussen de voorziening en de grondexploitaties is de voorziening
per 2016 overgeheveld naar de voorzieningen aan de passivazijde van de balans.