Grondzaken

Tabel Baten en Lasten per product

Realisatie
2015

Bijgestelde
begroting
2016

Realisatie
2016

Verschil

Grondzaken

Baten

65.430

86.477

89.275

2.798

Lasten

3.462

97.262

77.633

-19.629

Saldo

61.968

-10.785

11.642

22.427

Tabel Baten en Lasten per product detail

Realisatie
2015

Bijgestelde
begroting
2016

Realisatie
2016

Verschil

Grondzaken

Totaal baten

17.086

55.240

63.948

8.708

Overige baten

33.955

-5.407

7.947

13.354

Opbrengsten derden

9.976

54.544

48.079

-6.464

Bijdragen rijk en mede-overheden

-26.938

6.103

7.920

1.817

Financieringsbaten

92

2

2

0

Totaal lasten

3.462

92.711

73.081

-19.629

Interne Lasten

8.208

16.455

13.265

-3.190

Concernbrede bedrijfsvoeringskosten

3.335

2.042

2.042

0

Overige doorbelastingen

4.872

14.413

11.223

-3.190

Programmalasten

-10.004

69.703

54.186

-15.518

Overige programmalasten

13.102

35.251

32.854

-2.397

Inkopen en uitbestede werkzaamheden

-17.281

37.357

24.080

-13.277

Kapitaallasten

-5.887

-3.102

-2.902

200

Subsidies en inkomensoverdrachten

63

198

154

-44

Apparaatslasten

5.258

6.553

5.631

-922

Inhuur

848

1.588

1.235

-353

Overige apparaatslasten

214

179

130

-49

Personeel

4.195

4.785

4.266

-520

Reserves

48.344

26.685

20.775

-5.910

Onttrekking aan reserves

38.744

26.737

20.827

-5.910

Bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam (IFR)

17.757

11.971

10.418

-1.553

Bestemmingsreserve ISV-3

13.879

4.140

3.268

-872

Bestemmingsreserve Inrichting Buitenruimte gebieden

0

1.076

912

-164

Bestemmingsreserve Nationaal Programma Rotterdam Zuid

1.000

0

0

0

Bestemmingsreserve Infrastructuur

4.057

0

0

0

Bestemmingsreserve Investeringen Rozenburg

1.696

2.050

1.555

-495

Bestemmingsreserve Maatschappelijke Participatie gebieden

355

0

0

0

Bestemmingsreserve Investeringsplannen zonder gronduitgifte

0

7.500

4.674

-2.826

Vrijval reserves

9.600

4.500

4.500

0

Bestemmingsreserve Infrastructuur

9.600

4.500

4.500

0

Toevoeging aan reserves

0

4.551

4.551

0

Bestemmingsreserve Infrastructuur

0

300

300

0

Bestemmingsreserve ISV-3

0

1.751

1.751

0

Bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam (IFR)

0

2.500

2.500

0

Toelichting afwijkingen

Baten

Lasten

Saldo

1. Baten en lasten grondexploitaties

-19.242

-19.242

0

2. Resultaatnemingen grondexploitaties

14.220

0

14.220

3. BBV-wijzigingen rente-effect

8.000

0

8.000

4. Overige effecten

107

-100

207

Afwijkingen in toevoegingen, onttrekkingen en vrijvallen van reserves

5. Lagere onttrekking reserve IFR

-1.553

0

-1.553

6. Lagere onttrekking reserve BIR

-495

0

-495

7. Lagere onttrekking reserve ISV

-872

0

-872

8. Lagere onttrekking reserve Inrichting Buitenruimte Gebieden

-164

0

-164

9. Lagere onttrekking reserve Investeringsprojecten zonder gronduitgifte

-2.826

0

-2.826

10. Onttrekkingen op exploitatieprojecten

0

-287

287

11. Onttrekkingen op balansprojecten

5.623

0

5.623

Toelichting
1. Baten en lasten grondexploitaties

De gerealiseerde baten en lasten op de grondexploitaties zijn lager dan begroot. De oorzaak hiervan is tweeledig. Ten eerste is het een keuze om in de grondexploitatieportefeuille rekening te houden met overprogrammering (circa 30%) om te zorgen dat er voldoende planaanbod is om in een jaar aan de vraag te kunnen voldoen. Deze overprogrammering (hogere raming) vertaalt zich in een verhoudingsgewijze even grote verhoging van de investeringen (lasten) als van de desinvesteringen (baten). Voor het resultaat op het product is deze afwijking ten opzichte van de begroting saldoneutraal, omdat de niet gerealiseerde baten en lasten doorschuiven naar de daaropvolgende jaren. Op portefeuilleniveau wordt getracht deze budgetovermaat binnen de grondexploitaties te beperken, maar de overmaat is nooit helemaal te voorkomen.
Een tweede oorzaak ligt in de wijze waarop in de begroting keuzes rondom budgetsturing zijn gemaakt. De werkwijze van budgetsturing vereist dat voor een aangegane verplichting (bijv. een aanbesteding) het volledige budget beschikbaar is, ook als de besteding over meerdere jaren is verspreid. De last moet dan dus feitelijk in het lopende boekjaar worden begroot terwijl de realisatie (deels) pas in latere jaren plaatsvindt.

2. Resultaatnemingen grondexploitaties

De resultaatnemingen zijn op te delen in winstnemingen, verliesnemingen en mutaties in de voorzieningen. Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde resultaatnemingen bedraagt € 14,2 mln. Dit is conform de kwalitatieve prognose die in de 10-maands brief is afgegeven.

In onderstaande tabel wordt per type resultaatneming het verschil tussen begroting en realisatie gepresenteerd.

Begroot

Realisatie

Verschil

Winstnemingen

-3.300

-12.541

9.241

Verliesnemingen

741

2.397

-1.656

Voorzieningen

-9.800

-16.435

6.635

Normaliter worden geen resultaatnemingen geraamd. In het kader van de wijzigingen in de wet- en regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)) zijn in 2016 wel ramingen opgenomen.

In onderstaande tabel is een specificatie van het verloop van de voorzieningen opgenomen. Na het overzicht wordt per voorziening een korte toelichting gegeven. Omdat niet alle mutaties in de voorzieningen over de exploitatie lopen, wijkt de mutatie in het verloop af van de mutatie in de voorzieningen zoals gepresenteerd bij de resultaatnemingen.

31-12-2015

01-01-2016

Rente

Mutatie

31-12-2016

A. Voorziening negatieve NIEGG’s

-5.218

0

0

0

0

B. Voorziening negatieve grondexploitaties

-44.508

-45.600

-1.581

9.494

-37.687

C. Voorziening woningbouw

-6.167

-6.167

0

3.425

-2.742

D. Voorziening verlegregeling

-13.960

-13.960

0

13.960

0

A. Voorziening negatieve grondexploitaties in voorbereiding
Voor de grondexploitaties in voorbereiding (Niet In Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG’s)) is met ingang van 1-1-2016 een stelselwijziging doorgevoerd (zie voor een nadere toelichting de waarderingsgrondslagen). In de beginbalans 2016 is de stelselwijziging eveneens doorgevoerd, dit verklaart het verschil tussen eindbalans 2015 en beginbalans 2016. De voorziening verliesgevende grondexploitaties in voorbereiding is daarmee komen te vervallen.
Voor de grondexploitaties die in 2016 in uitvoering zijn gegaan en waren opgenomen onder de NIEGG’s is de voorziening nu opgenomen in de voorziening negatieve Grondexploitaties. Voor de overige NIEGG's is voor de resterende boekwaarde eind 2016 verlies genomen.

B. Voorziening negatieve grondexploitaties in uitvoering
Deze voorziening dekt het verwachte toekomstige tekort op de verliesgevende grondexploitaties af.
Het verschil tussen de stand per 31-12-2015 en de stand per 01-01-2016 komt voort uit stelselwijziging NIEGG’s (zie onderdeel A voor een nadere onderbouwing).

C. Voorziening woningbouw
De voorziening woningbouw is nodig is om de overmaat in de programmering financieel af te dekken. Deze voorziening wordt berekend op gebiedsniveau.

D Voorziening verlegregeling
Deze voorziening is gevormd om het risico af te dekken van de civiel- en bestuursrechtelijke procedure tussen Eneco en de gemeente Rotterdam. Voor projecten die al zijn uitgevoerd en waarop door Eneco op een aanwijzingsbesluit van de gemeente een bezwaarschrift is ingediend dan wel ingediend gaat worden, wordt een voorziening getroffen. De voorziening wordt jaarlijks verhoogd met de wettelijke rente. In 2016 is derhalve een bedrag van € 1,121 mln gedoteerd.
Omdat de voorziening geen directe (financiële) relatie heeft met de grondexploitaties wordt de voorziening met ingang van 2016 als voorziening onder de vaste passiva gepresenteerd.

3. BBV-wijzigingen rente-effect

Het bij de voorjaarsnota 2016 begrote financiële effect van € 8 mln ten gevolge van de wijzigingen in de wet- en regelgeving (Besluit Begroting en verantwoording (BBV)) rondom de toe te rekenen rente aan grondexploitaties treedt pas op in 2017 en verder. Hierdoor ontstaat een positief resultaat over 2016 van € 8 mln. Tegenover de begroting van € 8 mln staat immers in 2016 geen realisatie.

4. Overige effecten

Het resterende verschil van € 207 kent meerdere oorzaken. De meeste oorzaken zijn incidenteel van aard. Het betreft o.a. vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren (€ 237), (gedeeltelijke) vrijval voorziening Grondbank €107) lagere apparaatslasten op zowel de vaste als de tijdelijke bezetting (€ 922). Dit laatste vertaalt zich ook in een lagere dekking dan begroot (- € 1.3 mln). Voorts betreft het diverse overige kleinere effecten die optellen tot € -34.

5. Lagere onttrekking reserve IFR (Investeringsfonds Rotterdam)

Door scopewijzigingen binnen de grondexploitatie Sportcampus en het uitnemen van de investeringen in de buitenruimte is per 31-12-2016 een lagere verliesvoorziening nodig dan gevormd per 31-12-2015. De vrijval is teruggestort naar het IFR (€ 2,895 mln).
Voor M4H heeft een onttrekking plaatsgevonden van € 1,89 mln die niet in de begroting was opgenomen.
De uitvoering/realisatie van de diverse projecten (o.a. Hart van Zuid) is conform verwachting, maar komt niet volledig overeen met de geraamde fasering in jaarschijven. Dit heeft geresulteerd in een lagere onttrekking in 2016 van € 548.

6. Lagere onttrekking reserve BIR (Bestemmingsreserve Investeringen Rozenburg)

De onttrekkingen zijn nagenoeg conform begroting gerealiseerd.

7. Lagere onttrekking reserve ISV (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing)

De uitvoering/realisatie van de diverse projecten (o.a. 2e fase Beijerlandselaan en bodemsanering van de KPSV-locaties) is conform verwachting, maar komt niet volledig overeen met de geraamde fasering in jaarschijven. Dit heeft geresulteerd in een lagere onttrekking in 2016 van € 872.

8. Lagere onttrekking reserve Inrichting Buitenruimte Gebieden

De onttrekkingen zijn nagenoeg conform begroting gerealiseerd.

9. Lagere onttrekking reserve Investeringsprojecten zonder gronduitgifte

De uitvoering/realisatie van de diverse projecten (o.a. Rotterdam CS) is conform verwachting, maar komt niet volledig overeen met de geraamde fasering in jaarschijven. Dit heeft geresulteerd in een lagere onttrekking in 2016 van € 2.826.

10. Onttrekkingen op exploitatieprojecten

De lagere onttrekking aan de reserves voor de exploitatieprojecten leidt tot lagere lasten in 2016. Per saldo gaat het om een bedrag van € 287 aan lagere lasten.

11. Onttrekkingen op balansprojecten

Voor de projecten die op de balans staan leidt een lagere onttrekking aan de reserves niet direct tot lagere exploitatielasten, maar tot een lagere activering.